Voorbeschouwing Voorbeschouwing

Oranje en de eeuwige vraag: is dit eindelijk het jaar?

dinsdag 5 mei 2026 · Nederland

Een gouden lichting, maar een ziekenboeg die maar niet leeg raakt. Terwijl Ronald Koeman aftelt naar zijn definitieve selectie, reist Nederland af met talent in overvloed en een rekening die al sinds 1974 openstaat.

Groep F · FIFA-positie #7 · 12e WK-deelname

Tel je deze week mee in Zeist, dan kom je niet uit op de dagen tot de aftrap. Je telt namen. Op woensdag 27 mei hakt Ronald Koeman de knoop door over zijn definitieve selectie, en de aanloop daarnaartoe is een stuk rommeliger verlopen dan hem lief is. Eerst viel de één uit, toen de ander, en de ruime keuze die er in maart nog leek te zijn, is inmiddels flink uitgekleed.

Vraag het in een willekeurig café en je hoort overal hetzelfde voorzichtige antwoord. Ja, het kan wat worden. Nee, je weet het maar nooit met Oranje. Dat dubbele gevoel hoort er hier nu eenmaal bij. Onder al het blessureleed zit namelijk nog steeds een ploeg die op een goede avond iedereen aankan. Of zo’n avond er komt, en dan ook nog op het juiste moment, daar draait deze zomer om.

En het wordt sowieso een vreemde zomer voor de liefhebber thuis. Door het tijdsverschil met Noord-Amerika begint een hoop wedstrijden pas als hier de kinderen al lang op bed liggen, sommige zelfs midden in de nacht. Wie Oranje compleet wil volgen, zet de wekker een paar keer verkeerd om. Maar dat hoort erbij, en eerlijk is eerlijk, een doelpunt om kwart over één voelt op de een of andere manier net wat lekkerder.

Een halve eeuw wachten op die ene ster

Weinig landen hebben zo’n rijke geschiedenis bij elkaar gevoetbald zonder er ooit de hoofdprijs aan over te houden. Het begon in 1974. Het totaalvoetbal van Cruijff zette de wereld op zijn kop, en in de finale ging het tegen West-Duitsland alsnog mis. In 1978 stond Nederland er weer, nu zonder Cruijff, en weer was er die finale die niet gewonnen werd, ditmaal tegen gastland Argentinië.

Daarna kwam een lange stoet ploegen die er prachtig uitzagen en net te licht bleken. In 2010 haalde Oranje voor de derde keer de eindstrijd, in Johannesburg, en pas in de verlenging gaf Spanje de genadeklap. Vier jaar later in Brazilië werd het de derde plaats, met een halve finale die op strafschoppen verloren ging tegen Argentinië. En in 2022 in Qatar waren het opnieuw de Argentijnen, opnieuw die vervloekte penalty’s, die Oranje in de kwartfinale naar huis stuurden.

Drie keer de finale gehaald, drie keer verloren. Nog altijd geen ster op dat shirt. Met die rugzak vol bijna-momenten begint elke nieuwe lichting weer aan een toernooi.

Toch heeft al dat verdriet iets opgeleverd wat geen beker kan vervangen. Nederland telt mee in de voetbalwereld, en dat dankt het niet aan prijzen maar aan een manier van spelen, aan spelers en ideeën die het bleef voortbrengen terwijl veel grotere landen toekeken. Die reputatie drukt op iedereen die het oranje aantrekt. Tegelijk geeft ze houvast. Hoe de selectie er ook bij staat, dit land hoort gewoon mee te doen om de prijzen.

Een kwalificatie die nauwelijks spanning kende

Over de weg naar Noord-Amerika heeft niemand zich druk hoeven maken. Oranje zat in groep G, met Polen als enige tegenstander van enig formaat en verder Finland, Litouwen en Malta. Nederland werd groepswinnaar en ging onderweg geen enkele keer onderuit, wat je van een land uit de wereldtop ook wel mag verwachten.

De twee keer dat het tegen Polen ging bleef het 1-1, en daar zat zo’n beetje de enige zenuw van de hele reeks. Voor de rest werd het afgewerkt. Malta ging met 8-0 ten onder, Finland kreeg er ook flink van langs, en Memphis Depay schoot er onderweg een handvol doelpunten in. Halverwege november was alles al beklonken.

Dat een foutloze kwalificatie nauwelijks als prestatie aanvoelde, zegt genoeg over de lat die hier ligt. Het echte werk komt pas wanneer de tegenstander beter wordt en er minder ruimte overblijft voor foutjes. Dan moet blijken of deze ploeg meer in huis heeft dan het keurig opruimen van de kleintjes.

De ziekenboeg bepaalt de keuze

Hier wringt de schoen. In de weken voor het toernooi raakte Koeman een paar van zijn beste mannen kwijt, en dan ging het niet om reserves. Xavi Simons, bedoeld als de creatieve schakel tussen middenveld en aanval, scheurde in april zijn kruisband. Klaar, einde WK. Jerdy Schouten, de speler die op het middenveld de rust bewaarde, ging vrijwel tegelijk neer met eenzelfde soort blessure. En Matthijs de Ligt, jarenlang een zekerheidje in het centrum achterin, liet zijn rug opereren en haakt eveneens af.

Stuk voor stuk mannen die er onder normale omstandigheden gewoon hadden gestaan. Het kost Koeman kwaliteit, en het trekt bovendien de balans uit zijn elftal. Dat laatste laat zich nog veel lastiger oplossen.

En dan Memphis. Rond zijn fitheid bleef het tot het laatst onzeker. De aanvaller speelt tegenwoordig bij Corinthians in Brazilië en vecht tegen een hardnekkige dijblessure die maar niet helemaal weg wil. Ook Jurriën Timber kwam door zijn enkel lang niet in actie en moest laten zien dat hij er klaar voor is. Zo werd 27 mei meer dan het invullen van een lijstje. Koeman stuurde een ruime voorselectie naar de FIFA, maar de definitieve 26 vragen om knopen die hij liever niet had hoeven doorhakken.

Het hart van de ploeg: Van Dijk en De Jong

Kijk je voorbij de uitvallers, dan staat er nog altijd een geraamte waar de meeste bondscoaches een moord voor zouden doen. Achterin is daar Virgil van Dijk, aanvoerder, 34 inmiddels, en dit wordt vermoedelijk zijn laatste WK. Bij Liverpool hoort hij nog steeds bij de allerbesten op zijn positie. Bij Oranje is hij vooral degene die de rust bewaart en de boel aanstuurt. Een toernooi met hem als baken voelt anders, en de gedachte dat dit zijn afscheid op het hoogste podium kan zijn, geeft het geheel een randje extra.

Op het middenveld komt alles samen bij Frenkie de Jong. De Barcelona-middenvelder is de motor van deze ploeg, de man die het tempo in de hand houdt en met één draai een complete linie kan passeren. Lang was zijn vorm een vraagteken, want een blessure hield hem maandenlang aan de kant. Het verlossende bericht kwam uit Spanje: De Jong viel in de stadsderby tegen Espanyol weer in en liet meteen zien wat hij kan. Met een fitte Frenkie schiet dit Oranje een klasse omhoog. Met een halve Frenkie wordt het gokken.

Daaromheen heeft Koeman wat te kiezen. Tijjani Reijnders zette bij Manchester City de stap naar de top, Ryan Gravenberch werd bij Liverpool onmisbaar, en samen met De Jong vormen ze een middenveld dat door kenners tot de beste van het toernooi wordt gerekend. Voorin levert Cody Gakpo zijn doelpunten en dreiging vanaf links, en over rechts blijft Denzel Dumfries maar op en neer denderen alsof iemand vergeten is hem moe te maken.

The Athletic zette zes Nederlanders in zijn lijst van de honderd beste spelers van dit WK, met Van Dijk en De Jong bij de eerste vijftig. Aan talent dus geen gebrek. De kunst wordt om er met een uitgedunde groep een echt elftal van te bakken.

Een nieuwe nummer één en een verdediging in verbouwing

Onder de lat heeft zich de afgelopen jaren bijna ongemerkt een wisseling voltrokken. Bart Verbruggen, keeper van Brighton, groeide uit tot eerste doelman, en hij draagt die rol met een gemak dat je op zijn leeftijd niet vaak ziet. Mark Flekken en Justin Bijlow zitten erachter, maar de pikorde is helder. Dit WK is van Verbruggen.

Voor hem ligt een achterhoede die er door het wegvallen van De Ligt anders uitziet dan de bedoeling was. Van Dijk blijft het anker. Daarnaast kan Koeman kiezen uit Nathan Aké, Stefan de Vrij, Jurriën Timber en de razendsnelle Micky van de Ven, een totaal ander type dan de rest. Rechts staat Dumfries, en links vechten Quilindschy Hartman en Lutsharel Geertruida om een basisplaats.

Kwaliteit genoeg, alleen minder vanzelfsprekend dan een maand of wat geleden. Veel hangt af van de enkel van Timber, en van de vraag of Aké na een seizoen met weinig speeltijd in Manchester zijn ritme terugvindt. De grote lijn staat. Wat eromheen gebeurt, moet de komende weken duidelijk worden.

En wie maakt de doelpunten?

De grootste kopzorg voorin is een aloude bekende. Nederland heeft al jaren geen vaste nummer negen van wereldklasse, en met de twijfels rond Memphis wordt dat dit toernooi extra voelbaar. Hij was lang de man van de beslissende momenten, maar in zijn huidige toestand valt er weinig op te bouwen.

Alternatieven zijn er, alleen schreeuwt niemand zich naar de basis. Brian Brobbey brengt kracht en loopvermogen, Joshua Zirkzee koppelt lengte aan een aardige techniek, en Wout Weghorst is zo’n spits die er in het laatste kwartier altijd nog eentje uit kan persen. Daarnaast heb je de lichtvoetige types, Donyell Malen, Justin Kluivert en Noa Lang, die het vooral van de buitenkant moeten hebben.

Het zou zomaar kunnen dat Koeman het zonder echte spits probeert, met Gakpo of iemand anders in een vrije rol die de diepte induikt. Heel Nederlands, dat schuiven en combineren. Het vraagt alleen wel om de koelbloedigheid voor de goal die deze ploeg de laatste jaren niet altijd had. Kansen scheppen lukt wel. De afmaker is moeilijker te benoemen.

Koeman en de zoektocht naar het juiste systeem

Dan is er nog de tactische vraag die boven alles hangt. In zijn hart is Koeman een 4-3-3-man, het systeem waarmee Nederland groot werd en waarin zijn spelers zich het prettigst voelen. Tegen de mindere landen gaat dat prima. De twijfel begint zodra de echte toppers zich melden.

Een deel van de analisten vindt dat klassieke 4-3-3 te kwetsbaar tegen ploegen als Spanje, Frankrijk of Engeland, en roept om meer controle met drie centrumverdedigers. Koeman heeft de afgelopen tijd inderdaad gepuzzeld met varianten richting een derde verdediger, en verkoopt die flexibiliteit als een wapen. Of het een keuze uit overtuiging is of een zoektocht die nog loopt, daarover lopen de meningen uiteen.

Het uitvallen van Schouten en Simons maakt die puzzel er niet eenvoudiger op. Juist op het middenveld, in het samenspel tussen controle en fantasie, leverden die twee het verschil. Koeman moet de goede verhoudingen zien te vinden met wie hij nog wél heeft. Het liefst voordat het toernooi echt op gang komt.

Groep F is geen formaliteit

Op papier is Nederland de favoriet in groep F. Wie de tegenstanders bekijkt, weet meteen dat er weinig speelruimte is. De poule met Japan, Zweden en Tunesië geldt als een van de pittigste van het toernooi, en alle drie hebben ze een eigen manier om een favoriet het leven zuur te maken.

Japan is de lastigste van het stel. Een snel elftal, prima georganiseerd, levensgevaarlijk in de omschakeling, precies de ploeg die in Qatar nog even langs Duitsland en Spanje wandelde. Zweden is andere koek, fysiek en recht voor zijn raap, met voorin Alexander Isak en Viktor Gyökeres, een spitsenduo waar je als verdediger niet vrolijk van wordt. Bovendien is het zo’n tegenstander waar Oranje van oudsher mee worstelt. En Tunesië verdedigt met de bekende geslotenheid en gaf in de kwalificatie bijna niets weg. Niet bepaald een ploeg die je even openbreekt.

Het programma van Oranje in de groepsfase:

  • Zondag 14 juni, 22.00 uur, in Dallas tegen Japan. Meteen de opening, en op papier meteen de zwaarste.
  • Zaterdag 20 juni, 19.00 uur, in Houston tegen Zweden. Het robbertje knokken waar het op scherpte aankomt.
  • Donderdag 25 juni, 01.00 uur Nederlandse tijd, in Kansas City tegen Tunesië. Nachtwerk voor de thuisblijvers, en mogelijk beslissend voor de eerste plek.

Geen van de drie is een makkie. Begin je beroerd tegen Japan, dan ligt er meteen druk op de rest. Win je daar, dan kun je een stuk relaxter aan de volgende twee beginnen.

En dan is er nog iets wat in geen enkele opstelling terugkomt. De zomer in Texas en Missouri is bloedheet en vaak benauwd, en een deel van de wedstrijden begint in de volle middagzon. Dat dwingt tot een ander wedstrijdritme, met meer rust aan de bal en de juiste momenten om gas terug te nemen. Tel daar de lange vluchten tussen de speelsteden bij op, dwars door verschillende tijdzones. Wie daar het slimst mee omgaat, en dat is niet automatisch de ploeg met de duurste namen, pakt straks een voorsprong die je niet op het scorebord ziet.

En dan begint het pas echt

Komt Oranje de poule door, dan ligt de weg naar de slotfase verrassend open. Voor het eerst doen er 48 landen mee, verdeeld over twaalf groepen, waardoor de knock-out al begint bij de laatste 32 in plaats van bij de achtste finales. Een wedstrijd extra om te overleven dus, maar ook een loting die zomaar gunstig kan uitvallen voor wie de groep goed doorkomt.

In zo’n opzet draait alles om pieken op het goede moment. Je hoeft niet de hele zomer te schitteren, je moet er staan op de avonden die ertoe doen. En daar zit precies de hoop van deze gehavende favoriet. Met een fitte De Jong, een leider als Van Dijk en een middenveld dat met iedereen mee kan, kan dit een ploeg zijn die in één wedstrijd zomaar de grootste namen verslaat.

Een beetje nuchterheid blijft op zijn plaats. Spanje en Frankrijk gelden als de topfavorieten, en bij de bookmakers staat Oranje eerder bij de outsiders dan bij de gedoodverfde winnaars. Maar outsider zijn op een WK, dat is voor Nederland geen onbekende rol. En het is er een die deze ploeg eigenlijk best goed past.

Wat is dan een redelijk doel? De kwartfinale zou voor deze generatie zo’n beetje de ondergrens moeten zijn. Ergens tussen Van Dijk, De Jong en de rest hoort gewoon een ploeg te zitten die de laatste acht haalt. Komt daar nog een halve finale overheen, dan praten we al snel over een geslaagde zomer. En durft iemand verder te kijken, dan weet hij precies welke beelden daarbij horen. 1974. 1978. 2010. En die ene prijs die maar niet wil komen.

De vraag die altijd terugkomt

Op 27 mei kennen we de namen. Pas dan weten we met welke 26 spelers Koeman de oversteek maakt en welke gokjes hij heeft genomen rond de twijfelgevallen. Daarna kan het echte vooruitkijken beginnen.

Misschien is dat wel de charme van dit Oranje, dat het níet de complete, ongeschonden favoriet is. Het raakte een paar sterkhouders kwijt en stond een week later alweer overeind. Het weet zelf nog niet precies hoe het wil spelen, en toch gelooft het. Mocht het deze zomer ver komen, dan zal de waarde niet zozeer in het meegereisde talent zitten, maar in wat deze groep voor elkaar kreeg ondanks alles wat onderweg sneuvelde.

En zo borrelt, zoals altijd, die ene vraag weer op. Dezelfde vraag al sinds dat eerste verloren toernooi in 1974. Is dit eindelijk het jaar? Het antwoord volgt pas in juli. Tot die tijd doen we hier wat we altijd doen. Hopen. Een beetje mopperen. En stiekem toch weer geloven.

Onafhankelijke fansite wk-voetbal-2026.nl. Standen, blessures en de definitieve selectie kunnen na publicatie nog veranderen.

Lees ook

Recente artikelen

Alle artikelen →