Voorbeschouwing

Voorbeschouwing Mexico: wat mag je verwachten?

vrijdag 1 mei 2026 · Mexico

Gastland, achttiende deelname en al sinds 1986 wachtend op een kwartfinale. Met Javier Aguirre terug op de bank en het Azteca als decor moet die oude horde er deze zomer eindelijk aan geloven.

Groep A · FIFA-positie #15 · 18e WK-deelname · Gastland

Op 11 juni begint het allemaal hier. Geen onbekende arena ergens in de Verenigde Staten, maar het Estadio Azteca in Mexico-Stad, de plek waar Pelé en Maradona ooit geschiedenis schreven. Daar trapt gastland Mexico het hele toernooi af tegen Zuid-Afrika, met een uitverkocht stadion op ruim tweeduizend meter hoogte en een heel land dat de adem inhoudt. Mooier kan een WK bijna niet beginnen.

Toch hangt er boven al dat feestgedruis een oude, knagende vraag. Want hoe vaak Mexico ook van de partij is, en dit is alweer de achttiende keer, ergens blijft de ploeg telkens steken. De laatste keer dat El Tri verder kwam dan de achtste finale was in 1986, ook al een WK in eigen land. Sindsdien is het wachten, en dat wachten begint zo langzamerhand op een vloek te lijken.

De vloek van het vijfde duel

In Mexico heeft die teleurstelling een eigen naam gekregen. El quinto partido, de vijfde wedstrijd, het duel dat je speelt zodra je de achtste finale overleeft. Voor de meeste voetballanden is dat niets bijzonders. Voor Mexico is het al decennia een muur waar de ploeg met haar hoofd tegenaan loopt. Tussen 1994 en 2018 bereikte het zeven WK’s op rij de tweede ronde, en zeven keer ging daar het licht uit. Steeds dat ene duel te kort.

Twee keer eerder lukte het wel, en allebei in eigen land. In 1970 en in 1986 stond Mexico in de kwartfinale, verder is het nooit gekomen. Dat maakt dit toernooi zo beladen. Opnieuw is het gastheer, opnieuw ligt de kans er om die grens te slechten, en opnieuw kijkt een heel land mee of het deze lichting wel gaat lukken.

Het rijtje teleurstellingen is lang en pijnlijk. In 1986 ging die kwartfinale tegen West-Duitsland na strafschoppen verloren. In 1994 strandde het opnieuw op penalty’s, dit keer tegen Bulgarije. En in 2018 was er die uitzinnige avond waarop Mexico de regerend wereldkampioen Duitsland van de mat veegde, gevolgd door precies diezelfde oude klap een ronde later tegen Brazilië. Telkens dat moment van hoop, en dan toch weer de bekende afloop.

Voor de Nederlandse liefhebber zit er bovendien een hoofdstuk tussen dat hard aankwam aan de andere kant van de oceaan. In 2014 in Brazilië leek Mexico Oranje uit het toernooi te wippen. De ploeg leidde tot diep in de tweede helft, totdat Wesley Sneijder er in de slotfase alsnog 1-1 van maakte en Klaas-Jan Huntelaar in blessuretijd een omstreden strafschop benutte. In Mexico spreken ze daar nog altijd met opgeheven vinger over. De kreet no era penal werd er bijna een nationaal trauma, het zoveelste bewijs van de pech die het land op WK’s lijkt te achtervolgen.

De vorige editie maakte de honger alleen maar groter, op de pijnlijkste manier. In Qatar strandde Mexico al in de groepsfase, voor het eerst sinds 1978. Een gelijkspel tegen Polen, een nederlaag tegen Argentinië en een te late zege op Saoedi-Arabië bleken niet genoeg. Op doelsaldo eindigde El Tri net achter Polen, een paar treffers tekort. Het land was in rouw, de bondscoach moest opstappen, en de wederopbouw begon.

Een gastland dat niet hoeft te kwalificeren

Als gastland hoefde Mexico zich nergens voor te plaatsen. Het ticket lag er al, automatisch, samen met de Verenigde Staten en Canada. Dat klinkt comfortabel, en dat is het ook, maar er zit een addertje onder het gras. Terwijl andere landen zich maandenlang in echte kwalificatieduels scherpsleten, moest Aguirre het doen met oefenwedstrijden en regionale toernooien zoals de Gold Cup en de Nations League van de CONCACAF.

Wedstrijden zonder echte inzet vertellen je weinig over hoe een ploeg reageert als het er werkelijk om gaat. Aguirre heeft de afgelopen maanden vooral gepuzzeld en uitgeprobeerd, in de hoop dat zijn elftal piekt op het moment dat het hele land voor de buis zit. Of dat gelukt is, weten we pas als de bal echt rolt.

Niet alles is somber. In de zomer van 2025 pakte Mexico de Gold Cup, de titel van de regio, na een gewonnen finale tegen de Verenigde Staten. Geen wereldtitel, maar wel een prijs die vertrouwen geeft en de twijfelaars even het zwijgen oplegde. Aguirre liet er zien dat zijn aanpak werkt als het op knock-outvoetbal aankomt, precies het soort wedstrijden waarin Mexico het de laatste jaren liet liggen.

Aguirre, terug voor de derde keer

Aan het roer staat een oude bekende. Javier Aguirre, in Mexico kortweg El Vasco, leidt de nationale ploeg voor de derde keer in zijn loopbaan. Hij stond al langs de lijn op de WK’s van 2002 en 2010, en werd na het debacle van Qatar opnieuw teruggehaald om de rust te laten terugkeren. Een routinier die de druk van het Mexicaanse voetbal kent als geen ander, en die zich door een paar boze krantenkoppen niet snel van de wijs laat brengen.

Zijn voetbal is niet gebouwd op spektakel. Aguirre houdt van een ploeg die compact staat, weet wat ze doet en van daaruit de tegenstander pijn doet. Geen trainer die zijn elftal halsoverkop naar voren jaagt. Voor een land dat snakt naar resultaat boven schoonheid is dat misschien wel precies de juiste man, ook al moppert een deel van de aanhang dat het allemaal wat behoudend oogt. Aguirre haalt er zijn schouders over op. Hij is hier voor de uitslag, niet voor het applaus.

Aguirre is bovendien geen man die alleen Mexico kent. Hij werkte jarenlang in Spanje, bij clubs als Atlético Madrid, Espanyol en een handvol andere, en stond ook aan het hoofd van Egypte en Japan. Die buitenlandse kilometers hebben hem geslepen. Hij weet hoe je een ploeg door een loodzwaar toernooi loodst zonder in paniek te schieten, en juist die kalmte miste Mexico de laatste jaren.

De mannen die het moeten doen

Voorin draait veel om Santiago Giménez, de spits die bij AC Milan zijn brood verdient, al liep het daar het afgelopen seizoen niet altijd op rolletjes. Naast of achter hem loopt Raúl Jiménez, de routinier van Fulham die jaren geleden een levensgevaarlijke schedelblessure overleefde en daarna gewoon weer ging scoren. Twee spitsen met een eigen profiel. De vraag is welke van de twee Aguirre laat beginnen, of dat hij ze samen in de punt durft te zetten.

Het middenveld leunt op aanvoerder Edson Álvarez, de man die de rommel opruimt en de linies aan elkaar knoopt, een onvermoeibare werker. Voor de creativiteit moet Orbelín Pineda zorgen, die bij AEK Athene in een prima vorm steekt. Achterin is Johan Vásquez van Genoa de steunpilaar, een verdediger die in de Serie A week in week uit bewijst dat hij het niveau aankan.

Daaromheen kan Aguirre terugvallen op een groep met veel kilometers in de benen. Namen als César Montes achterin en de aanvallend ingestelde Alexis Vega kennen het klappen van de zweep, en bij elkaar opgeteld torst de voorselectie honderden interlands aan ervaring met zich mee. Dat is precies waar Aguirre op bouwt, een elftal dat weet hoe een toernooi werkt en zich niet gek laat maken door een vroege tegenslag.

Op de flank kan Hirving Lozano nog altijd voor een moment van pure schrik zorgen, de man die in 2018 wereldkampioen Duitsland al eens een koude douche bezorgde. En dan dient zich een nieuwe generatie aan, met het tienertalent Gilberto Mora als opvallendste naam. Een jochie nog, dat bij Tijuana al boven zijn leeftijd uit speelt en waar in heel Mexico over wordt gefluisterd. Onder de lat blijft het gissen wie de handschoenen krijgt. Veteraan Guillermo Ochoa droomt hardop van een zesde WK, iets wat nog geen enkele speler is gelukt, maar of hij die kans krijgt is een verhaal apart.

Hoe Aguirre precies wil spelen, houdt hij graag voor zich. De verwachting is een degelijke opstelling die moeiteloos terugzakt naar een compacter blok zodra dat nodig is. Balbezit hoeft voor hem geen doel op zich te zijn. Liever laat hij de tegenstander komen om daarna via Pineda en de flanken toe te slaan. Tegen de mindere ploegen in groep A zal Mexico het spel zelf moeten maken, en juist dat is iets wat deze ploeg niet altijd even soepel afgaat.

Een land dat leeft voor zijn elftal

Om te snappen wat dit toernooi voor Mexico betekent, moet je het voetbal daar even losweken van het puur sportieve. El Tri is geen ploeg, het is een nationale gebeurtenis. Op een wedstrijddag kleurt het hele land groen, van de hoofdstad tot het kleinste dorp, en wordt de dag ingedeeld rond het schema van het elftal in plaats van andersom.

Die liefde reist mee, waar Mexico ook speelt. Op elk WK kleuren de tribunes met sombrero’s en groene shirts, vaak in groteren getale dan welke andere aanhang ook. Nu het toernooi voor een deel in eigen land plaatsvindt, wordt dat alleen maar uitvergroot. Voor de spelers is dat een geschenk en een opgave tegelijk. Ze dragen de hoop van miljoenen, en dat voel je in elke pass.

Die hartstocht heeft ook een schaduwkant. De Mexicaanse pers is meedogenloos, en een bondscoach wordt er na één slechte avond al afgeschreven. Aguirre kent dat klimaat door en door, en daarom is hij juist teruggehaald. Iemand die niet wakker ligt van een paar venijnige koppen, en die zijn spelers eromheen kan afschermen.

Het Azteca, een tempel met een verleden

Geen stadion ter wereld draagt zo’n WK-geschiedenis als het Azteca. Het is de eerste arena die drie keer een WK mag huisvesten. In 1970 zag het publiek er Brazilië met Pelé de finale winnen, in wat vaak het mooiste elftal aller tijden wordt genoemd. Zestien jaar later schreef Diego Maradona er voetbalgeschiedenis tegen Engeland, eerst met de hand van God en even later met wat tot de mooiste solo ooit wordt gerekend.

Dat dezelfde betonnen kolos nu opnieuw het podium is, geeft het toernooi voor Mexico iets plechtigs. De spelers lopen er rond op haast heilige grond, met de geschiedenis aan alle kanten om hen heen. De druk die daarvan uitgaat is enorm. Maar er gaat ook een kracht van uit die geen enkele tegenstander mee naar binnen neemt.

Het voordeel en de last van de eigen helft

Het grootste wapen van Mexico staat niet op het veld, maar eromheen. Alle drie de groepswedstrijden speelt El Tri in eigen land, twee keer in het Azteca en een keer in Guadalajara, telkens voor een afgeladen tribune. Tel daar de hoogte van Mexico-Stad bij op, ruim tweeduizend meter, waar bezoekers naar lucht happen terwijl de thuisspelers er zijn opgegroeid, en je snapt waarom de gastheer als groepswinnaar wordt getipt.

En dan is er de zomerhitte, die in Mexico-Stad meevalt dankzij de hoogte maar in Guadalajara flink kan oplopen. Voor de bezoekers is het wennen, voor de Mexicanen dagelijkse kost. Dat soort kleine voordelen telt op een toernooi waar de marges flinterdun zijn.

Datzelfde publiek kan ook gaan knellen. De verwachtingen liggen torenhoog, en zodra het tegenzit slaat de liefde om in ongeduld. Spelen voor eigen volk geeft vleugels zolang het loopt. Komt er een tegenvaller, dan voelt een vol stadion ineens loodzwaar.

Groep A: op papier te doen

De loting was Mexico goedgezind. In groep A wachten Zuid-Afrika, Zuid-Korea en Tsjechië, en op papier hoort de gastheer daar bovenaan te eindigen. Geen van de drie behoort tot de wereldtop, en met het thuispubliek in de rug zou plaatsing voor de volgende ronde een formaliteit moeten zijn. Het verraderlijke aan zulke groepen is alleen dat de favoriet alles te verliezen heeft en weinig te winnen.

Zuid-Korea is waarschijnlijk de zwaarste klant. De Aziaten zijn fysiek sterk en lopen negentig minuten lang als bezetenen, met aanvoerder Son Heung-min als de speler die in zijn eentje een wedstrijd kan kantelen. Tsjechië combineert Europese degelijkheid met een paar verfijnde voeten en kan een slordige ploeg genadeloos afstraffen. Zuid-Afrika ten slotte heeft weinig te verliezen, en juist zulke ploegen blijken op een WK soms lastiger dan hun reputatie doet vermoeden.

Dit is het programma van Mexico in de groepsfase:

  • Donderdag 11 juni, 21.00 uur, in het Estadio Azteca tegen Zuid-Afrika. De openingswedstrijd van het hele toernooi.
  • Donderdag 18 juni, 03.00 uur Nederlandse tijd, in Guadalajara tegen Zuid-Korea. Naar verwachting het duel om de eerste plaats.
  • Woensdag 24 juni, 03.00 uur Nederlandse tijd, in het Azteca tegen Tsjechië. Mogelijk al beslissend voor de plaatsing.

Voor de Nederlandse kijker betekent dat twee keer de wekker zetten, want twee van de drie duels beginnen midden in de nacht. De openingswedstrijd is de uitzondering. Die valt nog op een tijdstip waarop je het de volgende dag kunt navertellen zonder dat je ogen dichtvallen.

En dan, eindelijk verder?

Stel dat Mexico de groep overleeft, wat dan? Het nieuwe formaat met 48 landen maakt de rekensom anders dan vroeger. Er komt een ronde bij, want de knock-out begint nu al bij de laatste 32. De beruchte vijfde wedstrijd, ooit gelijk aan de kwartfinale, ligt daardoor verder weg dan ooit. Er moeten meer duels overbrugd worden voordat die oude horde überhaupt in zicht komt.

Er zit ook een meevaller in dat formaat. Doordat de acht beste nummers drie meegaan naar de volgende ronde, is de kans om de groep te overleven groter dan ooit. Voor een gastland dat zijn drie poulewedstrijden thuis afwerkt, zou het bijna een schande zijn om die eerste horde niet te nemen. De echte test komt daarna, in de knock-out, waar Mexico al zo vaak het hoofd stootte.

Realistisch gezien hoort Mexico bij de tweede laag van het toernooi, ruim onder de Spanjes en Frankrijken van deze wereld. Een plek bij de laatste zestien zou voor deze ploeg normaal moeten zijn. Alles daarboven, en zeker het bereiken van die fameuze kwartfinale, zou aanvoelen als het afschudden van een last die al sinds 1986 op de schouders drukt.

De bookmakers zien Mexico niet als kandidaat voor de eindzege, en dat is terecht, want de grote namen van het toernooi spelen elders. Toch hebben gastlanden op een WK vaak meer in hun mars dan de cijfers voorspellen, gedragen door het publiek en de vertrouwde omgeving. Mexico hoeft geen wereldkampioen te worden om deze zomer als geslaagd weg te zetten. Het hoeft maar één ding te doen, en dat is die ene wedstrijd halen die al veertig jaar niet meer lukte.

Waar de droom ooit begon

Het mooie is dat dit verhaal opent op de plek waar de Mexicaanse voetbaldroom ooit zijn hoogtepunt beleefde. Op 11 juni gaan de lichten aan in het Azteca, hetzelfde stadion waar het land in 1970 en 1986 zijn beste WK’s speelde. Een vol huis, het volkslied uit duizenden kelen, en een elftal dat haarfijn weet wat er van hen wordt verwacht.

Of het deze keer wél lukt om die vijfde wedstrijd te halen, weet niemand. Maar als er één zomer is waarin Mexico het zou moeten kunnen, met het hele land als twaalfde man en een oude vos op de bank, dan is het deze.

Onafhankelijke fansite wk-voetbal-2026.nl. Standen, blessures en de definitieve selectie kunnen na publicatie nog veranderen.

Lees ook

Recente artikelen

Alle artikelen →