Spanje, met Yamal als achttienjarig wonderkind en Rodri als motor naar de wereldtitel
woensdag 13 mei 2026 · Spanje
Regerend Europees kampioen Spanje komt naar Noord-Amerika als topfavoriet, samen met Frankrijk en Argentinië. Onder Luis de la Fuente, met Ballon d’Or-winnaar Rodri op het middenveld en de achttienjarige Lamine Yamal als uithangbord van een nieuwe gouden generatie, mikt La Roja op de tweede wereldtitel uit de geschiedenis na Zuid-Afrika 2010.
Groep H · FIFA-positie #2 · 17e WK-deelname
Op maandag 25 mei 2026 maakte bondscoach Luis de la Fuente zijn definitieve selectie van 26 namen bekend. Spanje arriveert in Noord-Amerika als de tweede van de FIFA-ranglijst, als regerend Europees kampioen en als gedoodverfde topfavoriet voor de wereldtitel. Het is de zeventiende WK-deelname van La Roja, en in heel het wereldvoetbal wordt Spanje samen met Frankrijk en Argentinië genoemd als een van de drie ploegen die met afstand de meeste kans op de titel maakt. Met een totale marktwaarde van meer dan 1,26 miljard euro is het ook de derde duurste selectie van het toernooi, achter Engeland en Frankrijk.
Voor de Spaanse voetbalbond, de RFEF, is dit toernooi de bekroning van een ontwikkeling die in 2022 begon. Na de teleurstellende WK-uitschakeling in Qatar tegen Marokko op strafschoppen werd Luis Enrique ontslagen en kwam De la Fuente over uit de jeugdacademie van de bond. Hij bouwde een ploeg die in de zomer van 2024 in Duitsland het EK won, in een finale die met 2-1 van Engeland werd gewonnen, en die daarna ook in het Nations League-traject ondanks de finaleverlies tegen Portugal in juni 2025 op het allerhoogste niveau bleef opereren. Op het WK in 2026 ligt de derde grote prijs in twee jaar tijd binnen handbereik.
De 0-6 in Istanbul als kwalificatiefeest
Het kwalificatiepad van Spanje was er een van overmacht. In Groep E van de Europese kwalificatie trof La Roja Turkije, Bulgarije en Georgië, een poule waarin Turkije vooraf als de meest serieuze concurrent werd gezien. Zes wedstrijden later stond de Spaanse teller op vijf overwinningen en één gelijkspel, met een doelpuntenproductie waar de hele Europese kwalificatie van schrok. Tegen Turkije, in een uitwedstrijd in Istanbul, werd het zelfs 0-6. Een uitslag die in Spanje meermaals werd teruggekeken, en die in heel Europa als een statement van De la Fuentes ploeg werd gezien.
Het was een van de meest overtuigende kwalificatiecampagnes van de hele Europese kwalificatie, en Spanje sloot de groep af als ongeslagen koploper. Turkije ging als tweede via de play-offs door naar het WK, na verrassende zeges op Roemenië en Kosovo. Georgië en Bulgarije bleven achter. Voor De la Fuente was de eenvoud van de kwalificatie precies wat hij nodig had. Hij kon in elke kwalificatiewedstrijd zijn ploeg in fasen testen, jonge spelers laten doorbreken en zijn tactische principes verder verfijnen. Het is dat type voorbereidingsmaanden waar een bondscoach op een groot toernooi de vruchten van plukt.
Luis de la Fuente, de man van de jeugdacademie
Achter de Spaanse opmars staat een coach die niet uit de glamour van het clubvoetbal komt, maar uit het hart van de Spaanse voetbalbond zelf. Luis de la Fuente werd in 1961 geboren in Haro, in de noord-Spaanse regio La Rioja, en speelde als linksback voor Athletic Club, Sevilla en Alavés. Als speler haalde hij in zijn loopbaan geen interlands voor de seniorenploeg, en het was niet als prominent technisch profiel dat hij in het Spaanse voetbal zou doorbreken. Zijn tweede loopbaan begon in 2013, als coach van het Spaanse jeugdteam Onder 19, waarmee hij dat jaar het Europees kampioenschap won.
In 2019 leidde hij Spanje Onder 21 naar de Europese titel, en in 2021 leidde hij het Olympische elftal in Tokio naar de zilveren medaille. Toen Luis Enrique in december 2022 werd weggestuurd na de WK-uitschakeling tegen Marokko, was De la Fuente de logische opvolger vanuit de eigen academie. Hij was de man die de meeste jongere spelers al uit zijn jeugdtrainingsdagen kende, en hij kreeg het vertrouwen om de seniorenploeg door de nieuwe cyclus te leiden. In iets meer dan drie jaar tijd heeft hij dat vertrouwen ruim ingelost, met een EK-titel als hoogtepunt en het WK als logische volgende stap.
Lamine Yamal, het wonderkind dat de wereld in zijn voeten heeft
Op het veld is Lamine Yamal het meest besproken talent van het toernooi. De 18-jarige aanvaller van FC Barcelona, geboren op 13 juli 2007 in het Spaanse Esplugues de Llobregat in een Marokkaans-Spaans gezin, geldt op het moment van schrijven als een van de meest spectaculaire jonge voetballers ter wereld. Op zijn 16e debuteerde hij al in het Spaanse nationale elftal, op zijn 17e werd hij Europees kampioen, en in het seizoen 2024-25 leidde hij FC Barcelona naar de Spaanse landstitel, de Copa del Rey en de Supercopa de España, een binnenlandse treble. In de stemming voor de Ballon d’Or van 2025 eindigde hij tweede.
Wel is er een zorg over zijn fysieke toestand. Op 22 april 2026, in een 1-0 zege van Barcelona op Celta Vigo, scheurde Yamal bij het nemen van een strafschop zijn hamstring. De blessure leek aanvankelijk ernstig genoeg om hem ook van het WK te kunnen weren, maar De la Fuente kondigde bij de selectiebekendmaking aan dat hij optimistisch was over zijn herstel. Naar verwachting is hij voor de openingswedstrijd tegen Kaapverdië op 15 juni weer beschikbaar, mogelijk wel met enige minutenbeperking in de eerste wedstrijden. Voor heel het Spaanse voetbal is zijn beschikbaarheid de belangrijkste vraag van de aanloopperiode, en de tactische plannen van De la Fuente zijn vrijwel allemaal op zijn aanwezigheid gebouwd.
Rodri, de Ballon d’Or-winnaar als motor
Naast Yamal staat in het hart van deze ploeg Rodri. De balverdelende middenvelder van Manchester City won in oktober 2024 de Ballon d’Or, na een seizoen waarin hij het EK 2024 in Duitsland won, met City de Premier League pakte en daarna ook nog de Club Wereldbeker en de UEFA Super Cup. Hij is de eerste Manchester City-speler ooit die de individuele wereldprijs in de wacht sleepte, en de tweede in Spanje geboren speler ooit, na Luis Suárez die hem in 1960 won. Met 29 jaar is hij op het toppunt van zijn loopbaan.
Tussen maart 2023 en mei 2024 bleef Rodri voor zowel Manchester City als Spanje een wereldrecord van 74 wedstrijden ongeslagen, een statistiek die in heel het wereldvoetbal een eigen plek heeft gekregen. Voor De la Fuente is hij de speler die het Spaanse spel het ritme geeft, die in elke fase van een wedstrijd de juiste pass aflevert en die bij balverlies meteen de aanjager is van de hoge druk. In een seizoen waarin hij langzaam herstelt van een kruisbandblessure uit september 2024 had hij weliswaar wat momenten van mindere vorm, maar zijn klasse is op het moment van schrijven volledig terug. Het WK biedt hem de gelegenheid om opnieuw te bewijzen waarom hij in 2024 de meest besproken speler ter wereld was.
Pedri, Gavi en het tikitaka van de nieuwe generatie
Naast Rodri leunt De la Fuente op een middenveld van wereldklasse. Pedri, de creatieve middenvelder van FC Barcelona, geldt als de logische opvolger van Andrés Iniesta in zijn rol als zes met aanvallende inbreng. Op 23-jarige leeftijd heeft hij in eigen land al de status van vaste basisspeler, en bij Barcelona is hij week in week uit de regisseur van het spel. Naast hem opereert Gavi, de jongere Barcelona-middenvelder die in 2023 een zware kruisbandblessure overleefde en in het seizoen 2025-26 weer zijn beste niveau benadert.
Verder heeft De la Fuente nog Mikel Merino van Arsenal, Martín Zubimendi ook van Arsenal, en Fabián Ruiz van Paris Saint-Germain als opties op het middenveld. Het is een middenveld dat technisch ongeëvenaard is in heel het toernooi, en dat het Spaanse spel van het hoogste niveau in moderne vorm blijft uitvoeren. Het zogenoemde tikitaka, het bekende Spaanse passingspel uit het gouden tijdperk onder Vicente del Bosque, is in deze ploeg in een nieuwe variant terug.
Nico Williams en de aanvallende keuzes
In de aanval heeft De la Fuente naast Yamal nog enkele topkrachten. Nico Williams, de buitenspeler van Athletic Club en broer van Ghanees international Iñaki Williams, vormt op de linkerflank een tweede dribbelaar van wereldformaat. Zijn snelheid, zijn balcontrole en zijn neiging om in de eindeloze één-tegen-één-situaties de eigen actie te kiezen, maken hem tot een aanvaller waar elke tegenstander hoofdpijn aan zal hebben.
In de spits ziet De la Fuente meerdere opties. Mikel Oyarzabal van Real Sociedad, de man die in de finale van het EK 2024 in Berlijn het winnende doelpunt tegen Engeland maakte, is de meest betrouwbare optie. Daarnaast biedt Ferran Torres van Barcelona een tweede spits met meer fysieke kracht, en Borja Iglesias van Celta de Vigo en Víctor Muñoz van Osasuna vervolledigen de aanvallende staf. Aanvoerder Álvaro Morata ontbreekt in de selectie volgens de huidige opgave, een opvallende keuze die in de Spaanse pers tot enig debat leidde.
Het verdedigingsblok met Cubarsí en Laporte
Achterin steunt Spanje op een combinatie van jong talent en hervonden ervaring. Pau Cubarsí, de 19-jarige centrale verdediger van FC Barcelona, is op zijn jeugdige leeftijd al een vaste basisspeler bij zijn club en bij het nationale elftal. Naast hem opereert Aymeric Laporte, de in Frankrijk geboren verdediger die in 2023 voor de Saudi Pro League koos en die in de zomer van 2025 terugkeerde naar Athletic Club in Spanje. Voor De la Fuente is zijn terugkeer naar de Europese top een verademing.
Op de backposities heeft De la Fuente Marc Cucurella van Chelsea als de eerste keus op de linkerflank, en Pedro Porro van Tottenham als de rechterkant. Álex Grimaldo van Bayer Leverkusen biedt op links een tweede optie. Onder de lat staat Unai Simón van Athletic Club als de eerste keus, met David Raya van Arsenal als reservedoelman. Het is een verdedigingsblok dat in opbouw uitstekend met de bal kan omgaan, en dat tegen ploegen die hoog persen het Spaanse spelritme overeind kan houden.
WK-historie: Zuid-Afrika 2010 als enige titel
Spanje is een van de meest paradoxale voetbalnaties uit de WK-geschiedenis. Met zeventien deelnames, tientallen sterspelers en in het clubvoetbal de meest succesvolle competitie ter wereld, heeft het land op WK’s lang ondergepresteerd. De eerste deelname was in 1934, en in 1950 werd Spanje vierde op het toernooi in Brazilië. Daarna duurde het tientallen jaren voordat het land op het WK weer een diep loopje maakte. In 1986, 1994 en 2002 strandde de ploeg in de kwartfinale, telkens net niet ver genoeg.
Het hoogtepunt kwam in 2010 in Zuid-Afrika, onder bondscoach Vicente del Bosque. La Roja won het toernooi door in de finale in Soccer City in Johannesburg Nederland met 1-0 te verslaan in de verlenging, met een treffer van Andrés Iniesta in de 116e minuut. Het was de eerste en enige wereldtitel in de Spaanse voetbalgeschiedenis, en de bevestiging van een tikitaka-generatie die ook EK 2008 en EK 2012 won. Daarna volgde een lange terugval. In 2014 strandde Spanje al in de groepsfase, in 2018 in de achtste finale tegen gastland Rusland, in 2022 opnieuw in de achtste finale tegen Marokko op strafschoppen. Het 2026-traject is de poging om de wereldtitel een tweede keer in de vitrine te krijgen.
Groep H: een loting met vooral ruimte
In Groep H trof Spanje een loting die op papier comfortabel oogt. Kaapverdië is de Afrikaanse WK-debutant, een eilandstaat van vijfhonderdduizend inwoners die boven Kameroen eindigde in de Afrikaanse kwalificatie. Saoedi-Arabië is de Aziatische tegenstander met een coachwissel in april, na het ontslag van Hervé Renard. Uruguay is de tweevoudig wereldkampioen onder Marcelo Bielsa, met Federico Valverde en Darwin Núñez als sterspelers. Voor Spanje wordt de slotwedstrijd tegen Uruguay vermoedelijk de meest gevoelige opdracht.
Tactisch is het beeld voor De la Fuente duidelijk. Tegen Kaapverdië in het openingsduel moet de toon worden gezet, met een ruime zege als doelstelling. Tegen Saoedi-Arabië in de tweede wedstrijd is het zaak om de tweede zege te oogsten zonder fysieke risico’s op blessures. Tegen Uruguay in de slotwedstrijd kan Spanje, bij voldoende voorsprong in de groep, met een gedeeltelijk roterende selectie aantreden. In elk geval moet de eerste plaats in de groep worden gehaald, omdat dat in de achtste finale tegen een nummer twee van een andere poule of een van de beste nummers drie de meest gunstige route biedt.
Programma: twee duels in Atlanta, slotstuk in Guadalajara
Het Spaanse programma in Groep H brengt de ploeg langs twee verschillende landen. De ouverture met Kaapverdië is op maandag 15 juni om 18.00 uur Nederlandse tijd in Atlanta, op het Mercedes-Benz Stadium. Daarna gaat het op zondag 21 juni om 18.00 uur Nederlandse tijd opnieuw naar hetzelfde Mercedes-Benz Stadium voor het duel met Saoedi-Arabië. Het slotduel met Uruguay volgt op vrijdag 26 juni om 02.00 uur Nederlandse tijd in Guadalajara, op het Estadio Akron. Twee speelsteden, met als bonus dat de eerste twee duels in dezelfde stad worden afgewerkt.
Het programma in een overzicht:
- Maandag 15 juni, 18.00 uur Nederlandse tijd, Mercedes-Benz Stadium in Atlanta tegen Kaapverdië. De ouverture, op een toegankelijk Europees tijdstip.
- Zondag 21 juni, 18.00 uur Nederlandse tijd, Mercedes-Benz Stadium in Atlanta tegen Saoedi-Arabië. De tweede wedstrijd, opnieuw op een Europees tijdstip.
- Vrijdag 26 juni, 02.00 uur Nederlandse tijd, Estadio Akron in Guadalajara tegen Uruguay. Het Mexicaanse slotstuk tegen de tweevoudig wereldkampioen.
Voor de Nederlandse fan zijn de eerste twee Spaanse wedstrijden uitstekend te volgen. Twee duels om zes uur ’s avonds Nederlandse tijd, op een prime-time tijdstip waarop de televisie aan kan zonder slaapverlies. Het slotduel om twee uur ’s nachts vraagt iets meer toewijding, maar de echte voetballiefhebber zal voor het duel tegen Uruguay zonder twijfel opblijven.
Hoe ver kan Spanje komen?
Bookmakers plaatsen Spanje bij de absolute toppers van het toernooi, samen met Frankrijk, Argentinië en Brazilië. Een finale wordt door de meeste experts als de meest reële verwachting gezien, en in heel het wereldvoetbal wordt La Roja genoemd als een van de twee of drie ploegen die met afstand de meeste kans op de wereldtitel maakt. Met de aanvallende klasse van Yamal en Williams, de tactische zekerheid van Rodri op het middenveld en de routine van De la Fuente aan de zijlijn heeft Spanje inderdaad alle ingrediënten om in juli aan de leiding van het toernooi te staan.
Het risico ligt voor de hand. Een hervalblessure bij Yamal, een vorm-dag van Rodri op het middenveld, of een tactische mismatch in de kwartfinale, en het hele toernooi staat ineens op zijn kop. Tegelijk is de groep van De la Fuente mentaal sterker dan welke andere Spaanse selectie uit het afgelopen decennium. Ze hebben in 2024 al het EK gewonnen, ze hebben in 2025 de Nations League-finale gehaald, en ze hebben in Yamal de meest besproken jonge speler ter wereld. Een halve finale is het minimum, een nieuwe wereldtitel meer dan een droom.
Naar de tweede wereldtitel onder de Atlantische zon
Voor het Spaanse volk is dit WK de derde grote prijs binnen handbereik in iets meer dan twee jaar tijd. Na het EK 2024 in Berlijn en de Nations League-finale van 2025 in München komt nu de wereldtitel als zware kers op de taart. Voor heel Madrid, Barcelona, Sevilla en Bilbao zal de zomer van 2026 worden gespeeld op het thema van de bevestiging. La Roja heeft het al even niet meer over wachten op een prijs, maar over winnen van een nieuwe.
Of er een tweede wereldtitel uit komt, weten we pas op zondag 19 juli, als in het MetLife Stadium in New Jersey de finale wordt gespeeld. Maar Spanje gaat met alle ingrediënten op pad. Een achttienjarig wonderkind in de aanval, een Ballon d’Or-winnaar op het middenveld, een Europees kampioen in eigen kleedkamer en een bondscoach die het hele toernooi tot in de finale kan denken. Het is een combinatie waarmee niet veel landen kunnen wedijveren, en in juli moet daar de tweede ster op het Spaanse shirt uit komen.
Onafhankelijke fansite wk-voetbal-2026.nl. Standen, blessures en de definitieve selectie kunnen na publicatie nog veranderen.